Het huis is omstreeks 1665 gebouwd voor Sieuwert Janssen, assaujeur.
De gevelopzet is bekend van een verbouwtekening gedateerd 15 april 1895 waarop de oude situatie staat en van de tekening van Caspar Philips van rond 1768.
Het pand bestaat uit een voorhuis, een achterhuis en een zeer smalle, hoge aanbouw links aan het achterhuis.
In 1960 vindt een verbouwing tot kantoorpand plaats, waarbij de lichtkoker tussen voor- en achterhuis is dichtgebouwd. Er is toen een lift in geplaatst en de indeling en de afwerking zijn daarbij aangepast. Achter het huis bevindt zich een kleine tuin. Het voorhuis heeft een souterrain, een bel etage en drie verdiepingen. Het achterhuis kent de zelfde indeling.
In 1895 heeft het pand een modernere bakstenen voorgevel gekregen met accenten van natuursteen en pleisterwerk. Boven de voordeur is een erker aangebracht en het heeft een geveltop met venster met driepasmotief en een getrapte tuitgevel gekregen.
In 1934 is de indeling van het pand gewijzigd door boven de eerste verdieping een extra verdieping aan te brengen. De vorm van de bovenste twee etages is qua vorm het zelfde gebleven. Door deze toevoeging is het huis het hoogste pand van het blok geworden.
Bij de verbouwing in 1960 zijn vermoedelijk ook de erker en het afdak boven de deur verwijderd.
Het huis heeft tot vóór de laatste verbouwing een traditionele indeling met een verlaagd plafond.
Bij de interne verbouwing in 1999, zijn op de bel etage de oude muren en de plafonds verwijderd.
Boven het verlaagde plafond zit weer een beschadigd stucwerkplafond van eind 19e eeuw.
Als grote verrassing is daarboven een, op de houten planken geschilderd, plafond te voorschijn gekomen. Dit moet de oorspronkelijke plafondbeschildering zijn uit 1665, het bouwjaar van het huis
De oorspronkelijke ruimten hebben elk andere motieven. In de lange smalle gang bij binnenkomst en in het halletje, zijn guirlandes tegen het plafond geschilderd. De putti markeren de oorspronkelijke aan de binnenhof gelegen salon en de guirlandes de smalle gang van voordeur naar het achterhuis.
De beschildering van de grote kamer is in blauw en wit op een witte achtergrond uitgevoerd in een enigszins naïeve stijl en met een losse, levendige toets. De balken zijn alleen beschilderd met een grijze fondkleur. De voorstelling vertoont in zijn hoofdopzet per travee eenzelfde thema, namelijk putti die guirlandes torsen tegen een achtergrond van een rankenpatroon.
In detail zijn de putti, guirlandes en ranken per travee verschillend. De beschildering van de gang en de hal sluit qua stijl en uitvoering aan bij die van het grote vertrek, maar vertoont per travee uitsluitend een decoratie van bladranken.
Het kleine voorvertrek heeft een egaal groene beschildering. Mede door deze plafondschildering wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een grote waarde toegekend aan het huis en is het mede daarom op de monumentenlijst geplaatst.
Tevens is het duidelijk dat het huis achter de voorgevel nog geheel 17de-eeuws is.
Aan het einde van de gang, tussen het voor en het achterhuis zit een 19de-eeuwse slingertrap die loopt van de bel etage tot en met de derde verdieping met begin en eindbalusters en een houten leuning op balusters.
Als u opmerkingen of aanvullingen hebt op de tekst hierboven, wilt u dan ook het huisnummer erbij vermelden.
Uw e-mail adres wordt alleen maar gebruikt om eventueel op uw opmerkingen te reageren.
Foto's of andere informatie vande panden kun u ook zenden naar info@amsterdamsegrachtenhuizen.info.